Klavecimbel recital Jan Kleinbussink

Klavecimbel recital Jan Kleinbussink

Datum 19 maart 2026
Tijd 20.00 uur
Locatie Remonstrantse kerk
Genre Concert
Koop ticket

Bach was naast violist, ook een virtuoos organist én klavecinist ...

Over Bach en dit concert


Jan Kleinbussink: "Wat maakt J.S. Bach zo uniek? Voor mij is dat de combinatie van ambacht bij het schrijven van melodieën, harmonieën en complexe meerstemmige werken, naast de diepe menselijke verwevenheid in vreugde en verdriet, in extroverte dans en innerlijke verstilling, in retrospectie en uitbundigheid. Bach’s muziek komt binnen en laat je niet meer los, deelt het scala aan menselijke gevoelens, versterkt je als mens in twijfels, angst en onzekerheid en tilt je op in je menszijn.


Dit alles vinden we ook terug in zijn werken voor klavecimbel. Luister naar de ambities, de zelfverzekerdheid en de virtuositeit van een jong componist in zijn beroemde orgel-toccata in d-moll en in de zes Toccata’s voor klavecimbel, ontstaan in Weimar rond 1708. Alle ingrediënten van de Noordduitse Toccatavorm met voorbeelden van Reincken, Buxtehude en Bruhns weet hij te verwerken en op hoger niveau te tillen, met demonstratie van inventiviteit, ambacht en virtuositeit. Bach stelt zich voor als aankomend groot musicus.


Ongeveer in dezelfde tijd schreef Bach twee collecties met gestileerde dansen voor klavecimbel: de Engelse Suites en de Franse Suites, naar voorbeeld van de Franse componist François Dieupart. De hierboven genoemde menselijke affecten treffen we zo prachtig terug in het unieke karakter van iedere dansvorm afzonderlijk: ingetogenheid (allemande), vreugde (courante), innerlijke vrede (sarabande), blijdschap (gavotte) en uitbundigheid (bourrée en gique). De structuur van de dansen is zodanig gekozen dat de muziek voor de luisteraar gemakkelijk toegankelijk is, van gematigd polyfoon (allemande, gique) tot melodie/basso continuotype (sarabande, gavotte). 





Ook het ongeëvenaard ambacht van de complexe, polyfone verweving van stemmen komt in dit concert aan de orde in twee Preludes en Fuga’s uit de tweede bundel Wohltemperierte Clavier, de ‘state of art’ van ambachtelijk vermogen, de top van alle instrumentale polyfone muziek. Op onnavolgbare wijze weet Bach kleine, kernachtige melodieën te verweven tot een imposant bouwwerk van vervlechting, met uitwijkingen naar de limieten van tonale mogelijkheden in de eerste helft van de 18de eeuw. Adembenemend, haast te veel voor eenmalig beluisteren.

Tenslotte iets over de uitvoering op klavecimbel.  Bach’s muziek voor toetsinstrumenten laat zich naar volle tevredenheid uitvoeren op orgel, piano, klavichord en klavecimbel, al zijn de uitkomsten artistiek totaal verschillend. Bij uitvoering op piano ontstaat de toon door de aanslag met een vilten hamerkop tegen de snaar, bij uitvoering op orgel ontstaan de toon door het aanblazen van een houten of metalen orgelpijp, bij uitvoering op klavecimbel door het aantokkelen van de snaar met een plectrum (in Bachs tijd gesneden uit een vogelveer). Het klankresultaat is zo totaal verschillend dat de composities naar mijn mening niet uitwisselbaar zijn. Bach heeft de (forte)piano in zijn leven gekend, maar er geen noot voor geschreven. Zijn orgelwerken kenmerken zich door een specifiek, echt aan orgel gebonden idioom. En dat geldt ook voor zijn klavecimbelwerken. Willen we echt ervaren hoe zijn klavecimbelmuziek specifiek met dit instrument verbonden is, moeten we samen om het instrument gaan zitten en luisteren hoe uniek het geschenk is, dat Bach ons heeft nagelaten."





Programma:


1.    Toccata in e-moll BWV 914

2.    Inventio no. 6 in E-dur BWV 777

3.    (Franse) Suite no. V in G-dur BWV 816

           Allemande
           Courante
           Sarabande 
           Gavotte 
           Bourrée 
           Loure 
           Gique

4.     Inventio no. 9 in f-moll BWV 780

5.     Intermezzo (uit het Notenbüchlein van Anna Magdalena Bach - 1725).
        Fr. Couperin - Rondeau in Bes-dur BWV Anh. 183 

6.     Inventio no. 3 in D-dur BWV 774 

7.     Uit das Wohltemperierte Clavier II:a. Praeludium und Fuge in A-dur BWV 888 b. Praeludium und Fuge in fis-moll, BWV 883  

8.     Uit Partita no. IV in D-dur BWV 828ouverture 

            Sarabande
            Menuett
            Gique


Duur

Het programma duurt ongeveer 65 minuten.


Kaartverkoop en kaartje reserveren

Kaartjes uiteraard verkrijgbaar via ons ticketsysteem achter de rode button boven aan de pagina: 'Koop ticket'.
U kunt ook kaarten reserveren door een mail te sturen naar bachweken@lochemklassiek.nl. U betaalt de kaarten dan voor aanvang van het concert: contant of met pinpas.

OVER JAN KLEINBUSSINK

Jan Kleinbussink, emeritus cantor-organist van de Grote of Lebuinuskerk te Deventer, studeerde orgel, piano, klavecimbel, muziektheorie en koor- en orkestdirectie. In 1976 behaalde hij de ‘Prix d‘excellence’ cum laude voor orgel, met onderscheiding voor solospel en improvisatie. Daarna vervolgde hij zijn orgelstudie in Wenen bij Prof. Anton Heiller en studeerde hij klavecimbel bij Ton Koopman en Tini Mathot te Amsterdam. Ook deze studie werd met het einddiploma conservatorium voor solospel en basso continuo afgerond. Een leven lang volgde hij een specialisatie op het gebied van de muziektheorie en uitvoeringspraktijk van de renaissance- en barokmuziek. 

Jan Kleinbussink werkte vanaf de oprichting als continuo-speler op orgel en klavecimbel bij het vermaarde Amsterdam Baroque Orchestra en Choir onder leiding van Ton Koopman. Als zodanig was hij intensief betrokken bij de realisering van het prestigieuze CD-project met de baanbrekende opname van alle Bach Cantates. Hij werkte daarnaast als hoofd Afdelingen Oude Muziek en Orgel en Kerkmuziek aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag, gevolgd door hoofd masterstudies en ‘artistic research’. Hij verzorgde concerten en masterclasses in Europa, Japan en Amerika en is aan de Academie der Kunsten/Universiteit Leiden verbonden voor het begeleiden van promovendi in het DocARTES-traject (doctoraal promotie in de Kunsten). Daarnaast zet hij zijn werkzaamheden voort als musicus -organist, -klavecinist, in lezingen en colleges en als dirigent/ensembleleider Oude Muziekproducties.